La Nauve

Langs de waterlijn - Van Noord naar Zuid.. en terug

Share

Dit kanaal loopt langs de Loire tussen Briare en Digoin en zorgt voor een verbinding tussen Canal van Briare met het Canal du Centre. Hiermee is een bevaarbare verbinding gemaakt tussen Parijs en Lyon. Door de bouw van de pont-canal van Briare is het ook mogelijk in alle jaargetijden een veilige verbinding te waarborgen. Voor de bouw van het pont-canal moest men de Loire oversteken en dit zal vast niet altijd goed gegaan zijn…




La Gabare (Gabarre) of Chaland van de Loire is grootste schip dat tot het eind van de XIXe eeuw op de Loire rondvoer, in feite tot de spoorwegen op kwamen en de handel meer en meer er spoor ging. Loire schipper was een zwaar beroep dat uit geoefend werd door moedige mannen die niet bang waren voor de vele gevaren van dit beroep.

De Loire schepen werden door de kracht van de wind met een rechthoekig zeil voortgestuwd. Totaal afhankelijk van wind water en hun stuurmanskunst. De grootste schepen die 25 meter lang waren konden meer dan 80 ton goederen vervoeren. Deze schepen, met platte bodem hadden een diepgang van 20 tot 80 centimeter. Ze vervoerden allerlei goederen zoals zout, steenkool en hout maar ook kalk en wijn. Sommige dreven handel in de talrijke havens, door stoffen te verkopen en in het bijzonder het aardewerk uit Nevers en omgeving.


Arronçoirs


De scheepvaart op de Loire was niet makkelijk. De opvaart (tegen de stroom in) kon zelfs onmogelijk worden in de zomer wegens het te lage niveau van het water of wanneer de wind uit het noorden kwam. Men moest dan op betere omstandigheden wachten om bij de eerste gelegenheid, soms midden in de nacht, weer te vertrekken. Bij gebrek aan wind, moest het schip door mankracht gejaagd (getrokken) worden; hiervoor gebruikte men een soort paardentuig dat rond de borst ging.

De scheepvaart is afvarig (met de stroom mee) gevaarlijker. Omdat de wind over het algemeen uit het westen komt, is het niet mogelijk om het zeil te gebruiken. Het schip krijgt dus dezelfde snelheid als het water zonder ook maar een manier dit te leiden.

Om toch enigszins te kunnen sturen werden een soort grote pikhaken gebruikt en “arronçoirs”, planken waarop tanden gemaakt waren en die op de buitenkanten (op de voorkant en de achterkant) van het schip bevestigd waren. Wanneer het schip in de buurt van een zandbank of rots kwam, zette de schipper pikhaak op het gevaar gevende obstakel en het andere einde werd klem gezet in de “arronçoir”. Dit had als gevolg dat het schip door de kracht van de stroom afgeketst werd en zo werd de baan van het schip gewijzigd. Menig schipper is hierdoor één of meer vingers verloren.